Hoe ik werk

Om organisaties te ondersteunen bij hun veranderingen, doe ik mijn werk volgens een aantal kenmerken en invalshoeken. Ik doe het expliciet niet volgens een model of een school. Het is een combinatie die er steeds anders uitziet, afhankelijk van de vraagstelling.

  • Integrale aanpak. Ik zie een organisatie als een levend organisme; het leeft, beweegt, moet reageren op de omgeving, gezond zijn etcetera. Verander je een deel, dan heeft dat consequenties voor de andere delen en dus ook voor het geheel. Een interventie heeft zin als de betekenis ervan door de andere delen ondersteund wordt. Daar werk ik dan ook aan met de betrokkenen.
  • Contextuele probleemanalyse. Een probleem of uitdaging staat vaak niet op zichzelf. Daar ik het hele systeem aftast dat om een probleem heen zit, wordt vaak al snel duidelijk waar het werkelijk wringt. Dat kan soms verrassende inzichten opleveren. Ik maak hierbij gebruik van systemische inzichten en soms van organisatie opstellingen.
  • Belevingsgericht. Naast het uitwisselen van kennis, inzicht en ervaring werk ik tijdens groepsbijeenkomsten ook met de fysieke beleving hiervan. Dit ruimtelijk werken is krachtig omdat kennis, inzichten en ervaringen hierdoor ook in het lichaam verankerd worden.
  • Toepassingsgericht. Alle nieuwe inzichten worden in de dagelijkse praktijk direct en gericht toegepast door zelfgeformuleerde opdrachten. Dit gaat altijd over het werk dat sowieso gedaan moet worden. Het is dus geen extra belasting, behalve dat de wijze waarop het wordt gedaan een toevoeging krijgt vanuit de opgedane inzichten. Dit wordt ook wel triple loop action learning genoemd.
  • Veilig. Mensen, en dus organisaties, maken grotere stappen als zij zich veilig voelen. Op dat moment kan het nieuwe zich beter vormen en ontwikkelen. Mensen durven dan veel meer te experimenteren en te reflecteren. Ik zorg altijd voor een veilig leerklimaat.
  • Essentie en balans. Ik denk en handel consequent vanuit de essentie van een probleem, uitdaging of verandering. Alle acties worden van daaruit doorgedacht. Ik zoek daarbij het evenwicht tussen het perspectief van de klant, het management en de medewerker. Hiermee worden interventies congruent, geloofwaardig en robuust.
  • Co-creatie. Ik doe altijd een beroep op de eigen kracht van de organisatie. Ik werk bij voorkeur samen met interne mensen om in gezamenlijkheid een traject, training of advies te creëren. Alleen dan is het van de organisatie zelf en niet van buiten naar binnen geduwd.
  • Teruggeven. Alles wat mij opvalt binnen een organisatie geef ik terug. Wat ik als buitenstaander opmerk, heeft veelal betekenis voor de zaken waar de organisatie mee worstelt. Ik doe dit ook als mijn observaties geheel buiten mijn primaire opdracht vallen, maar wel kunnen bijdragen aan het succes van de organisatie.